Fietsen voorbij de horizon

Maand: mei 2019 (Pagina 2 van 4)

Camping

Onze campingplaats

Na een pittig dagje heuvels fietsen, met net voor de finish nog ‘de drie gebroeders’, ieder met percentages boven de tien, is het tijd om de camping op te zoeken. Buckhorn Campground is een typisch Amerikaanse camping. Deze ligt aan de voet van een stuwdam, welke niet echt opvalt omdat de volledige dam is begroeid met gras. De camping is ruim opgezet en ligt aan de rivier met de schitterende naam Middle Fork Kentucky River. Elke campingplaats is voorzien van water en elektriciteit. En volgens goed gebruik is er een picknicktafel, BBQ en stookplaats voor een kampvuur. Zelfs een haak waaraan het eten kan worden opgehangen ontbreekt niet. Zo kunnen de eekhoorns er niet bij. Ruim genoeg voor ons tentje. Ook het sanitair is prima.

De buren

De buren zijn iets groter gewend. Hun caravan is ongeveer 12 meter lang + drie uitschuifpanelen. 

Centraal ligt een speelveld met de onvermijdelijke horseshoe pits. Twee ijzeren staven op twaalf meter van elkaar. Probeer daar maar eens een hoefijzer om heen te gooien vanaf die afstand.

Horseshoe pit

Wat altijd een crime is op de meeste overheidscampings is de administratie. Ook deze camping wordt gerund door een bejaarde die alleen een typecursus heeft gehad. Haar inlogcode c@mp3r_4Fun1 staat pontificaal voor haar neus. Ze is nog bezig om het computersysteem te leren kennen en de verbinding is slecht. Mijn adres past niet in het Amerikaanse systeem en ook mijn nummerbord kan niet worden geregistreerd. ‘Komt u later maar even terug’. Achter haar rug ligt haar achterkleindochter dwars over de stoel tv te kijken op haar notebook.

‘Heeft u voor mij alvast de wifi-inlogcode?’ vraag ik. Die schrijft ze voor mij op. Ik probeer verbinding te maken, maar kom er niet door. ‘Bij mijn kleindochter werkt het wel’ zegt ze vriendelijk. Verder weet ze niet hoe het werkt.

Twee uur later krijg ik de nota. Ze excuseert zich dat mijn naam en overige gegevens er niet op staan. ‘Het registratienummer van de nota staat er wel op’ zegt ze. Schijnbaar is dat heel belangrijk. Ik betaal en vind het verder prima. De rest van de avond werkt de wifi niet. Dat waren we al gewend. Het is lastiger voor de achterban dan voor ons.

Procenten

Vandaag staat een lange tocht voor de boeg, we zijn gisteren wat eerder gestopt. Willen we op schema blijven dan is het doel van vandaag Berea, zo’n 105 km vanaf Buckhorn. Dit gaat deels over onverharde wegen.

Zwoegen op gravel

Een van mijn rituelen voor vertrek is het bekijken van het hoogteprofiel van de komende rit. Ofwel: hoeveel meter moeten we omhoog? 

In de afgelopen stukjes wordt hier en daar gestrooid met procenten. Voor de leken onder ons op fietsgebied zal ik het een beetje toelichten.

Neem het viaduct bij Tolbert over de A7; die gaat met een hoek van twee procent omhoog. Na 400 meter ben je boven. Je hebt inmiddels je versnelling of elektrische ondersteuning wat bijgesteld en je jas open gedaan in verband met de warmte.

Vandaag gingen we drie keer een heuvel op van 16%. Visualiseer dit ten opzichte van het genoemde viaduct (maar dan een aantal keren langer); denk er een vol krat bier bij achterop je fiets en twee zakken aardappelen aan het stuur. …..Ik vertel je dat ik er klapkuiten van krijg. Ben wel bovengekomen maar vraag niet hoe.

Over het algemeen gaat het tot acht procent goed; er is dan nog energie over om te wijden aan andere gedachten. Deze zijn niet diepgaand, kunnen gaan over het avondeten, de nog te wassen sokken of een te versturen ansichtkaart. Zo iets. Tussen acht en tien procent ga ik met name de meters op mijn teller bijhouden, neurie binnensmonds David Bowie’s ’Jean Genie’ (vanwege het goede ritme) en beloof mezelf water om de 100 meter. Je doet wat om boven te komen…

Boven de tien procent begint er het een en ander te kraken, en dat is niet mijn fiets! Het enige positieve wat ik dan kan denken is dat er weer een afdaling zal komen! 

Op weg naar Berea

Wij doen dit echter volledig vrijwillig; ik moet zeggen dat ik vandaag weer de meest fantastische plaatjes heb gezien. We hebben inmiddels de bergen achter ons gelaten en ingeruild voor heuvels en meer landerijen. 

Aangekomen in Berea staat er 110 km op de teller en op Johan’s Strava 1622 hoogtemeters. Het is geloof ik weer een record. Morgen rustdag.

Berea

Wat is er te doen in Berea? Ik heb geen idee. Ik weet alleen dat Berea het eindpunt is van map 11 en het begin van map 10. We kunnen kiezen uit twee overnachtingsplaatsen: een brandweerstation of een camping. Vanwege de faciliteiten gaan we voor de camping. Ook deze keer staan we weer lekker ruim.

We doen de was en ondertussen werken we de media bij.

Berea is vrij ruim opgezet. Om het te verkennen pakken we de fiets. Dat scheelt heel veel zonder kratten bier en zakken aardappels. In Berea werd de eerste school opgericht in 1855 door dominee John Gregg Fee welke toegankelijk was voor iedereen, ongeacht geloof, kleur, leeftijd of geslacht. Twee jaar na zijn overlijden was, onder druk van de rassenscheiding, het Berea College vanaf 1904 alleen nog toegankelijk voor blanken. Deze scheiding is pas in 1950 opgeheven.

Fameus is de Boone Tavern, genoemd naar de verkenner Daniel Boone die uit Kentucky komt. Boone Tavern ligt op de campus van Berea College en wordt deels gerund door studenten.

Vandaag is het feest voor afgestudeerden. Opgedirkt lopen ze richting Boone Tavern.

Locale kunst is te vinden in Artisan Village. In kunstzinnigheid doen de locale kunstenaars niet onder voor onze knutselaars.

Al met al een rustige dag en toch nog 20 km gefietst. Berea is inderdaad ruim opgezet.

Moederdag met pistool

Als aan Ariane wordt gevraagd: ‘Wat heb jij gedaan met Moederdag?’ Dan antwoordt ze met: ’Ik heb een stukje gefietst met Johan’. Eigenlijk geeft ze niks om Moederdag, dus dat komt goed uit. Ik had er niet aan gedacht. Na Berea is het landschap wezenlijk anders. We zagen het al aan de schaalverdeling van de hoogteprofielen op section 10.

De onderlinge afstand van de hoogtemeterlijnen is maar 250 feet (ongeveer 75 meter). Bij de vorige map was het verschil 1000 feet (ongeveer 300 meter). De hele route blijft het op en neer gaan. Het aantal hoogtemeters neemt echter niet af. In plaats van enkele grote beklimmingen hebben we nu heel veel kleine heuvels achter elkaar. De meeste zijn gelukkig niet heel steil. De wind, uiteraard tegen, en de motregen maken het onaangenaam.

Het landschap is meer open, minder bos en veel runderen in het land. In opvallend veel kuddes lopen alleen stieren rond. Waarschijnlijk allemaal slachtvee.

Black Angus

Bij andere kuddes lopen koeien, kalfjes en stieren bij elkaar. Nieuwsgierig lopen ze met ons mee. Het begrip scharrelkoe is hier zeker van toepassing. In een weiland hebben de gieren een feestmaal, er liggen nog wat resten van een dood kalf. 

Het ziet er welvarender uit dan het oosten van Kentucky. We komen geen trailerparken meer tegen. Ook het aantal honden wat ons aanvalt is duidelijk afgenomen. Van Robb, die nu twee dagen op ons achter ligt, krijgen we bericht dat hij echt is gebeten. Gelukkig in zijn schoen, zodat hij geen verwondingen heeft opgelopen.

Omdat we ruim op tijd zijn kunnen we uitgebreid lunchen in Burgin. Een plaatsje wat zichzelf aanduidt als ‘A friendly little city‘. Op de deur van restaurant Burgin Depot staat dat iedereen geweigerd kan worden. Binnen ziet het er gezellig uit.

We kunnen in geen restaurant of bar komen of de televisie staat aan. Eerst denken we nog dat het deze keer bij de entourage van de inboedel hoort. Er speelt een zwart-wit film met John Wayne. Wanneer de reclames in kleur verschijnen weten we wel beter. De bediening is echt Amerikaans. Snel, hartelijk en ons drinken wordt continue bijgevuld. Wij krijgen zelfs het recept mee om coalslaw te maken:

  • Cabbage
  • Sugar
  • Miracle whip or salad dressing

Wel is het wennen dat de serveerster openlijk een pistool in een holster op de heup draagt. Ondanks haar hartelijkheid heeft ze misschien wel eens lastige klanten.

Weet ik voor volgend jaar alvast een leuk cadeautje voor Moederdag…….

Country ham

We rijden van heuvel naar heuvel en om de twee uur hebben we honger. Halverwege de middag rijden we Loretto binnen. Geen fastfoodketens, geen Dollar General. Nee, deze keer zien een echte dorpswinkel Loretto Foodland.

Ik sla voedsel in voor ons avondeten en het komende ontbijt. Wanneer ik, weer buiten, de aankopen in de tassen probeer te passen komt een man op ons af die vraagt waar we vandaan komen en in een adem door wil hij ook weten waar we naar toe gaan. Hij vindt het prachtig. Maar hij vindt vooral de voeding belangrijk. Hij nodigt ons uit om weer de winkel mee in te gaan. Het blijkt de eigenaar te zijn. Druk pratend loopt hij naar de vleeswarenafdeling en snijdt voor ons een handvol plakken gerookte country ham af. Hij doet er nog een plak kaas om toe en zegt ons vooral goed te proeven. ‘Deze countryham is de beste die er is. Ik verkoop rond kerstmis 2300 stuks!’ Het is inderdaad heel lekker. We verontschuldigen ons dat we niet mee kunnen nemen, omdat we geen koelkast bij ons hebben. Hij begrijpt het prima: ‘You guy’s eat from door to door’.

Toch is het vreemd dat de ham het hier zo goed doet. In de omgeving zien we koeien, paarden, kippen en een enkele ree, maar varkens hebben we nog niet gezien.

We overnachten in Hodgenville, geboorteplaats van Abraham Lincoln, de zestiende president van de verenigde Staten. Deze keer staan we voor het sportpark waar een honkwedstrijd aan de gang. Er zijn veel bezoekers op af gekomen. En dat is lastig kamperen. Het meisje van de entree kijkt verbaasd als ze hoort dat we toestemming van de politie hebben om hier te overnachten. Ze belt voor de zekerheid met de beheerder. We mogen van hem de schuifdeur van een oude sporthal opentrekken en de fietsen naar binnen rijden. En we mogen ook wel binnen overnachten, want buiten is het veel te koud. Succes er mee. Zo slapen we vannacht onder een basketbalbord en naast de grasmaaimachine.

Tijd

Vanmorgen gaat om 6 uur de wekker. Het is tenslotte vakantie. Het is flink afgekoeld in de sporthal. Het lokt niet erg om mijn warme slaapzak uit te kruipen. Bibberend trek ik al mijn beschikbare laagjes aan want als het binnen al zo koud is dan belooft dat wat voor de buitentemperatuur. Het is inderdaad freezing cold maar wel met een stralend blauwe lucht. Om kwart over zeven trekken we de schuifdeur van de hal achter ons dicht en gaan we op pad.

We staan eerst een tijd te wachten om te kunnen oversteken. Het citypark met de sporthal ligt precies achter de middle school van Hodgenville en het is een komen en gaan van schoolbussen en auto’s. Kinderen gaan hier niet lopend of fietsend naar school. 

Wanneer het is gelukt om op de goede weghelft te komen kunnen we ook tempo maken (vals plat naar beneden).

We zijn hier in de geboortestreek van Abraham Lincoln en een goede 6 km verderop komen we langs het ‘Abraham Lincoln Birthplace National Memorial Park’ ofwel hier heeft de wieg gestaan van Abe.

We blijken veel te vroeg; het is nog maar kwart voor acht en het park gaat open om negen uur. De slagboom zit dicht, maar twee fietsen kunnen er nog wel langs. Een parkranger is al aanwezig. Hij vindt het prima dat we rond kijken. We lopen een rondje langs de gebouwen.

De trekpleister is het memorial uit 1909 (het 100e geboortejaar van Lincoln). Het memorial is over de blokhut gebouwd waar Lincoln in geboren is. Een blokhut met slechts één kamer. De bouw van het memorial heeft ongeveer tien jaar geduurd. Inmiddels was bekend geworden dat het niet de blokhut van de Lincoln’tjes moet zijn geweest. Herbouw was geen optie. Nu staat hij symbool voor diegene waar hij in geboren is.

Na de foto’s gaan we weer verder. Doel van de dag is McDaniels; zo’n 80 km naar het westen. 

Het is prachtig fietsweer; geleidelijk gaan er laagjes uit want de zon krijgt kracht. Het landschap is weer mooi; erg landelijk. Weidser dan dat we de afgelopen weken hebben gehad.

Om kwart over één bereiken we de Rough River die eveneens de grens van Hardin en Breckinridge county vormt. Op zich niet zo interessant ware het niet dat hier ook de tijdgrens loopt. We hebben ons eigen zomertijd momentje. De klokken van de telefoons schieten een uur terug. Volgens Johan zijn we in drie weken fietsen een uur verder van huis.

Het moment van de dag zijn we snel vergeten want vanaf de rivier weer ‘naar boven’ is een k……. klim. Met liefst 18 % (u weet wel…9 viaducten) komen we hijgend weer op de route. De rest van de tocht gaat lekker vlot; er zijn toch echt minder heuvels. We zijn om half vier op de camping; dat blijkt fietsklok tijd (die nog niet was terug gezet), dus we hebben ineens een uurtje over. Tijd voor een boek aan het meer.

Vanavond is het eerder donker maar met een prachtige ondergaande zon; tijdloos….

Coronor Doolin

We zijn net de William H. Natcher Green River Parkway overgestoken als we in een naamloos gehucht, op de driesprong van highway 764 en highway 2115, rechts af moeten slaan. Recht tegenover de driesprong is een klein winkeltje ‘Doolin’s Grocery’. Met wat geluk kunnen we daar wat eten. Het treft. Het is een winkel van de oude stempel. In lange antieke stellingen staat van alles uitgestald: kruidenierswaren, visgerei, ‘hardware’ (schroeven, gereedschap), autobenodigdheden en kantoorartikelen. Ofwel het is een echte winkel van Sinkel. Er staan wat tafels en stoelen van verschillend formaat waarachter een paar locals zitten te kaarten. Achterin de zaak is een buffet waar eten kan worden besteld. Een dame op leeftijd maakt een dik belegde sandwich met kalkoen, kaas, sla en tomaat die we in de zaak opeten. Ze heeft zelfs melk in kleine flesjes erbij.

Na een tijdje komt haar echtgenoot, mister Doolin, naar ons toe. Hij kan niet langer zijn nieuwsgierigheid bedwingen. Hij opent met de geijkte vragen waar we vandaan komen, waar we naar toe gaan en hoe lang we onderweg zijn.

Hij vertelt dat deze winkel nog de enige in zijn soort is in dit gebied en al zo’n honderd jaar oud is. De overigen zijn weg geconcurreerd door de grote supermarktketens als de Dollar General of Family Dollar. 

Uiteraard wil hij weten wat wij doen. Als ik vertel dat ik in een ziekenhuis werk wil hij weten of wij ook een coronor, of wel een lijkschouwer, hebben in het ziekenhuis.

Elvis Doolin

Naast eigenaar van Doolin’s Grocery is hij sinds 1 januari de coronor van de county Ohio. Een gebied van ongeveer 50 bij 60 km. Daarvoor was hij achttien jaar sheriff in deze county. Elke vier jaar werd hij herkozen. De laatste verkiezing voor sheriff verloor hij, maar er werd wel op hem gestemd voor de functie van lijkschouwer.

De eerste twee jaar van zijn sheriff-zijn had hij te danken aan een schietpartij, waarbij de vorige sheriff gewond raakte. Hij werd als vervanger aangesteld. In die tijd werkte de sheriff met drie deputy’s in een county waar 22.000 mensen wonen. Momenteel is er een sheriff en 18 deputy’s. Zij doen hetzelfde werk als de politie bij ons, maar daarnaast innen zij ook de belastingen (!).

In de county werkt de sheriff met zijn deputy’s; iedere sheriff stelt zijn eigen deputy’s aan. In de steden worden de ordehandhavers police genoemd. Naast de steden en county’s is er ook nog staatspolitie van Kentucky, zogenaamde state trooper of kortweg trooper.

Voor zijn werk als coronor moet hij elke dode schouwen die niet in een hospice is overleden. Wanneer hij een verdachte doodsoorzaak vaststelt wordt autopsie gedaan door een patholoog-anatoom in een ziekenhuis dat buiten de county ligt. De county Ohio heeft geen ziekenhuis. Tot nu toe heeft hij dit jaar 35 schouwingen gedaan. Na zoveel jaren als sheriff te hebben gewerkt is hij er nu al achter dat het leuker is om met de levenden te werken dan met de doden.

Hij wenst ons nog een veilige reis, wat elke Amerikaan doet. En geeft ons twee Amerikaanse vlaggetjes om aan onze fiets te bevestigen. Hopelijk houdt dat ons uit handen van een coronor.

Kentucky massage

Nog een klein stukje Kentucky en dan gaan we naar Illinois. Wat me bij zal blijven zijn de wegen. Vaak zijn ze slecht. Asfalt laat los of er zitten scheuren in. Het gevaarlijkst zijn de verzakkingen langs de kant van de weg. Je moet uitwijken naar de rijbaan, want meestal ligt de berm 20 cm onder het niveau van de weg. Of de helling naast de weg gaat steil naar beneden en ik heb geen ski’s onder mijn fiets.

Kentucky vindt de veiligheid van automobilisten heel belangrijk. Ik kan mij voorstellen dat je op de lange rechte stukken achter het stuur in slaap valt. Vandaag is het weer kilometers lang recht vooruit fietsen, maar wel met heuvels. De staat heeft bedacht om langs de kant van de weg of op de vluchtstrook, wat juist een leuk fietspad is, inkepingen te vrezen. Als een automobilist daar over heen rijdt is hij direct wakker. 

Wij proberen op de meeste wegen aan de kant van de weg te rijden, zodat automobilisten ons makkelijk kunnen passeren. Iets te ver naar de kant en we zitten op de ribbelstrook. Er zijn twee varianten, diepe en ondiepe uitsparingen. Op één weg liggen ze naast elkaar, zodat we kunnen kiezen op welke strook we ons in veiligheid brengen. Op deze strook fietsen noemen we de harde of zachte Kentucky massage. De vullingen laten los en alle schroeven trillen uit je fiets. De aanslag op de edele delen zal ik verder niet beschrijven.

Qua onderhoud aan de weg schiet het al aardig op in Kentucky. De borden met de mededeling ‘road work’ en ‘flagman’ zijn geplaatst. Ook zijn bij verschillende kuilen veiligheidspilonnen neergezet. 

Meestal zijn de flagman dames. Die wil ik wel op de foto zetten. Ik heb een tiental keren de camera in de aanslag gehad. Op zich al een toer om dat fietsend te doen. Helaas de borden staan er wel maar de dames en de rest van de wegwerkers zijn er niet. Tot ons geluk hebben we toch een flagman voor de lens kunnen scoren.

Van ACA kregen we gisteren een message. Vanwege heftige regenval zijn er grote overstromingen bij de grote rivieren, zoals de Missouri en Mississippi. Of we daar rekening mee willen houden. Het kan zijn dat er bruggen zijn gesloten. Morgen steken we de Ohio River over. Dan gaan we het zien.

Cowboy church

We verlaten Kentucky. Het landschap is licht golfend en de laatste kilometer vlak. Door het landschap loopt een lange rechte weg over een dijk naar de ferry. Aan beide zijden van de weg staan nog delen van het land onder water vanwege de recente overstromingen. Een wachtende voor de veerboot vertelt dat vorige week de weg nog onder water stond en de ferry twee weken uit de vaart was. Het betekende voor hem dertig kilometer omrijden. We hebben dus geluk dat het water is gezakt. Twintig minuten later zijn we de Ohio River overgestoken en staan we in Cave-in-Rock in Illinois. In tegenstelling tot Kentucky loopt de kust aan de rivier sterk omhoog. Deze kant van de rivier heeft geen last van overstromingen.

Ohio River bij Cave-in Rock

Zoals de naam van het plaatsje aangeeft is de belangrijkste attractie een grot in de rotsen aan de rivier. Er is zelfs een bijbehorend Statepark aangelegd. Tweehonderd jaar geleden nodigde de schurk Mason vermoeide reizigers uit om bij te komen in de grot. Van de reizigers die gebruik maakten van de uitnodiging is nooit meer iets vernomen.

De cave

Wij reizigers willen uiteraard het natuurverschijnsel graag zien. De grot is indrukwekkend, nat en glibberig. Ik maak een doodsmak en lig languit in de modder. Gelukkig kan ik mijn camera tijdens de val in de lucht houden. Ik heb geen lichamelijke ongemakken aan de val overgehouden, alleen een beschadigd ego en een modderig achterwerk.

Cliff Swallows

De camera heb ik nodig om een bijzonder vogeltje te fotograferen. De Cliff Swallows hebben nesten gebouwd onder de randen van de rotswand. Ze vliegen af en aan met voedsel voor hun jongen. Een prachtig gezicht.

Na dit toeristische uitstapje hebben we al weer trek. De lunchroom is dichtbij en we laten ons de gebakken eieren en pancakes weer goed smaken. Deze fout hebben we al eerder gemaakt en we hebben er niks van geleerd. Om 10 uur hebben we pas 20 kilometer afgelegd en het is al 30 graden.

Door het relatief vlakkere land van West Kentucky hebben we Illinois ook zo ingeschat. Helemaal fout. Met het buikje vol, mogen we net buiten Cave-in-Rock in de hitte de ene na de andere steile heuvel op. Steil is elke keer meer dan 10%. Krachttermen helpen ons naar boven.

Wanneer we op de grote weg 146 komen worden de heuvels aangenamer om te rijden. We komen in de buurt van onze bestemming. We nemen, zittend in de wegberm, nog wat cola en een honeybun tot ons. Ik vertel Ariane dat dit soort grote wegen vaak minder steil zijn aangelegd omdat er meer verkeer over komt.

We stappen weer op en net na de bocht doemt de ‘Muur van Eddyville’ op. Honderd meter hoogteverschil moeten we overwinnen. Op mijn GPS wordt het percentage aangegeven als negatieve ‘glijhoek’.

Al snel daalt de verhouding tot onder de tien. Uiteindelijk houdt het op bij -6,4:1 (ofwel 15,6 %). Afdalen is dan wel weer leuk, tot de tweede Muur komt. Eddyville staat op de kaart.

We kamperen bij Hayes Canyon Campground. Niet alleen mensen komen hier met hun camper, maar ook voor paarden is er plaats. Achter elke kampeerplek is een soort coral waar de paarden kunnen verblijven. We zien ook de eerste combi-campers. In het achterste deel woont het paard en in het voorste deel is voor de baasjes.

De eigenaar wijst ons een plek waar we kunnen slapen. Het ziet er uit als een loods. Dat scheelt weer een tent opzetten. Het blijkt de cowboykerk te zijn. Elke zondag dienst. Geheel in stijl is het kruis van hoefijzers. Meer voorzieningen zijn er niet, zelfs de cola automaat is stuk. Gelukkig hebben we nog een noodrantsoen noedels bij ons, daar redden we ons vanavond wel mee. De kampeerbaas heeft nog wel lekkere ijsjes…

De douches doen het prima, we zitten buiten op een bankje te lezen en kijken naar de paarden en pony’s die langs komen. De deur van onze slaapkerk laten we dicht. Het ruikt enigszins naar paard en ook zijn er de bijbehorende vliegen.

State park camping

Kamperen in Amerika is leuk. Voor fietsers is er altijd plaats. De meest bijzondere campings zijn State Campgrounds in nationale- of staatsparken.

Op deze door de overheid beheerde campings gaan ze uit van primitief kamperen. Er zijn bijna geen basis voorzieningen. Dat is voor de meeste bezoekers geen probleem. Een beetje camper is van alle gemakken voorzien. Voor de eenvoudige fietser is het wat lastiger. Wij zijn de enige kampeerders met een tent en zonder auto. Een toilet is een pot boven een gegraven gat. De wastafel ontbreekt.

Bij de ingang van de camping is een kraan met koud water, waarbij het uitdrukkelijke verbod om geen afwas te doen of vis schoon te maken. Waar dat wel gedaan kan worden is de vraag. Overigens gebruikt de gemiddelde Amerikaan disposable bestek, bekers en borden.

Bij het Lake Murphysboro State Park hebben we nog geluk. Op anderhalve kilometer fietsen van de camping is een douche. Anders wordt het zwemmen (maar dat mag hier niet) of wassen met het restant water uit de bidons (ergens in het bos).

Bij de ingang van de camping moeten we een bonnetje invullen die we achter de voorruit van ons voertuig mogen plaatsen (?). Het verschuldigde tarief moet in een envelop en daarna in de brievenbus. De enveloppen ontbreken. Voorlopig wachten we af wanneer de beheerder langskomt.

Het welkom bestaat voornamelijk uit verboden. Er is nog een leuk pad, maar daar mogen we met de fiets niet komen. Gelukkig is er ook een nuttig bord. Waarschijnlijk zijn er daarom zo weinig tenten.

De avond is gezellig. De camping is dit weekend bijna vol. Het is warm en de lucht voelt zacht aan. Mensen zitten rondom het kampvuur en roken de buren uit.

Er wordt gitaar gespeeld en gezongen. Ledlampjes zorgen voor de sfeerverlichting en de hond heeft zijn plek gevonden.

Om half negen is het donker. De benen doen zeer. Tijd om vroeg naar bed te gaan. Ik kruip in de tent en drie minuten later begint het plotseling te regenen. 

Verschrikt hoor ik mensen hun spullen oppakken en de campers invluchten. Weg is de gezelligheid. Oh ja, de beheerder is nog niet langs geweest.

« Oudere berichten Nieuwere berichten »

© 2020 Trap voor trap

Thema gemaakt door Anders NorenBoven ↑