Fietsen voorbij de horizon

Maand: juni 2019 (Pagina 1 van 3)

Arkansas River

We zien bij een eettent op de televisie de problemen van de overstromingen. Met name de Arkansas River is een groot probleem. We hebben geen idee tot vandaag waar die rivier stroomt. Daar zijn we wel achter gekomen. Via Dutch Avenue rijden we recht naar het westen.

Het landschap is weer groen. We zien graan en er staan in de verte bomen langs de landerijen. Het heeft iets weg van een uitvergroot coulissenlandschap. Langzaam gaat de natuur over in een soort duinenlandschap. We zitten op 500 meter boven zeeniveau. We zijn net wat foto’s aan het maken van de duinen als er twee muppets op een racefiets aankomen.

Dat zijn nummer twee en drie van vandaag. Als ze horen dat we via Nickerson naar Sterling gaan geven ze ons allerlei tips om een andere route te nemen, want in Nickerson zijn de overstromingen heel erg. Op de vraag of ze tijdens hun rondje fietsen gezien hebben dat de weg naar Nickerson is geblokkeerd geven ze geen bevestiging. Dan houden we ons aan ons plan. Goedbedoelde tips kunnen uren omrijden kosten. Tien kilometer verderop spreken we een oudere dame op een racefiets. Zij verzekert dat de weg naar Nickerson vrij is. Zo mogen we het graag horen.

We naderen Nickerson. We verlaten het duinengebied en de weg daalt zo’n 25 meter. Het lijkt wel een grote badkuip. Overal zien we ondergelopen of net opgedroogde velden. Een geur van brak water komt op ons af. De badkuip is het gebied waar de Arkansas River doorheen stroomt.

En we moeten erover naar het westen. Als we in Nickerson wat boodschappen doen komt een man op een motor met zijspan op ons af. ‘Gaan jullie naar het westen?’ vraagt hij. ‘Dat gaat je niet lukken. De Arkansas River is volledig buiten zijn oevers getreden en daar kan je richting het westen niet over. Ik zal even buiten het dorp gaan kijken of de weg naar het noorden al begaanbaar is’. En weg is hij al. Vijf minuten later komt hij terug. ‘Er staan nog wegversperringen, maar je kan er door.’ We gaan weer op weg. Zoals beloofd kunnen we langs de wegversperringen. Er loopt over een lengte van 300 meter water over de weg. We zien de gele middellijn. Het is helder water en er ligt geen slib op de weg. Rustig fietsen we door het water. Het water komt net tot aan de bodem van onze voortassen. We houden alleen natte voeten over aan de oversteek. Nog een paar kilometer rijden we naar het noorden en dan slaan we af richting Sterling. De bedrijvigheid neemt al weer toe. We zien zelfs een sproeivliegtuig in actie.

We rijden Sterling vanaf de noordkant in. Voor vandaag hebben we het gehaald. We verblijven in het city park van Sterling. Net ten zuiden van deze plaats stroomt de Arkansas River. Als we vragen of deze hier nog is afgesloten worden we niet begrepen. ‘Oh je bedoelt de Arr-kėnsus. Het is hier niet de Ar-kensaw. Het laatste spreek je wel goed uit in Arkansas, maar je bent hier in Kansas’ krijgen we te horen.

De rivier staat nog te hoog en we kunnen er niet door. Dit wordt bevestigd door de politie. Morgen dus omrijden via het noorden. We zijn net geïnstalleerd als een andere langeafstandsfietser aankomt.

Skyler komt uit Witchita, uit het zuiden. ‘Hoe ben je in Sterling gekomen?’ vraag ik. ‘Gewoon de afsluiting en de bewaking genegeerd en toen door de overstroming gereden’ is zijn antwoord. ‘Het water kwam bijna tot mijn assen. Het is wel te doen’. Niks zo veranderlijk als de Arkansas River. Morgen gaan wij het probereren.

Gesmeerd

Soms heb je een topdag. Vandaag loopt alles gesmeerd. De bandjes zijn hard, de ketting heeft een drupje olie gehad en we zijn vroeg op weg. Zelfs om 7 uur kunnen we op zondagochtend al boodschappen doen bij Casey General. We slaan genoeg voorraad in want de komende 100 kilometer is geen bevoorrading mogelijk.

Het niveau van de Arkansas River is nog verder gestegen. We kunnen er echt niet door. We rijden maar om via het noorden en proberen ergens een brug te vinden waar we wel over de rivier kunnen. We zien nog enkele overgangen op de kaart. Zodra we bij een mogelijkheid aankomen vervliegt onze hoop, elke zijweg is afgesloten. Uiteindelijk komen we zigzaggend van noord naar west ten noorden van Raymond op Kansas Highway 96. Dit is de historische Santa Fe handelsroute waarnaast ook de oude spoorlijn loopt. Deze weg komen we voorlopig niet meer af. Zoals gezegd loopt het gesmeerd. In Great Bend weten we eindelijk over de Arkansas River te komen. Eigenlijk hebben we zelfs niet gemerkt dat we hem zijn overgestoken. 

Aan de highway 96 zijn de plaatsjes heel typerend. Tussen de weg en spoorlijn een aantal gigantische silo’s. Aan de hoodstraat wat benzinepompen en soms eettenten met schreeuwerige reclame en wat landbouwbedrijven. Vaak wonen er niet meer dan 100 mensen. Een enkele zijstraat en voordat je het weet ben je door het dorp heen. Daarna wacht weer 20 kilometer rechte weg door de prairie tot de volgende plaats. 

We vermijden door onze gekozen route ook een gravelweg van 16 kilometer. Onze oorspronkelijke bestemming Larned ligt ongeveer 30 kilometer ten zuiden van onze route die we nu genomen hebben. Daar gaan we niet meer naar toe. We rijden met een flinke vaart door naar het westen. De weg ligt te glimmen in de zon.

De zonnebrandcrème moet meerdere keren worden gebruikt. Langs de weg staan ja-knikkers olie op te pompen en we zien zelfs een windmolenpark!

Bij Rush Center komen we na ruim 120 kilometer weer op onze oorspronkelijke route van de Transam. We slaan ons kamp op bij een Rest Area aan highway 96 in Alexander. We hebben de hele dag oostenwind gehad en hebben bijna twee etappes in een dag gereden en zijn aan het eind van sectie 8.

Het liep echt gesmeerd vandaag.

Nadat het stukje is geschreven komt er nog een motorrijder langs op zijn Harley Davidson uit 1957 met zijn caravan. Hij heeft meer belangstelling voor onze fietsen en vindt 30 versnellingen echt geweldig.

Ook stopt er nog een auto bij de rest area. Niet ongebruikelijk, maar hier komt de bijrijder enigszins wankel op de been naar ons toe lopen. We bereiden ons voor op een serie top 10 vragen. De eerste vraag is inderdaad vraag nummer 1. We schieten al in de lach. Vraag nummer 2 verrast ons volledig. ‘Willen jullie een koud biertje?’ Uiteraard kunnen we dat niet weigeren. Hij loopt weer wankelend naar de auto, brengt ons twee ijskoude biertjes en vertrekt. Zelfs onze kelen worden goed gesmeerd vandaag.

Huisje op de prairie

Als meisje heb ik ze verslonden, de boeken van Laura Ingalls Wilder. De latere EO serie was maar een slap aftreksel.

Sinds we in Kansas zijn hoop ik stiekem oog in oog te kunnen staan met een klein huisje op de prairie. Ik heb daarbij wel eisen: het moet er eentje van houten planken zijn met een schoorsteen temidden van wuivend gras en dan zonder storende elementen als electriciteitspalen of zo iets. 

Met een beetje fantasie zie je dan Pa houthakken, Ma een stoofpotje van konijn of ander knaagdier maken. Laura en haar zusjes spelen met hun poppen van maïskolven en de blinde Mary neuriet in een schommelstoel. Hoe ik ook mijn best doe en achter mijn zonnebril de prairies afspeur, ik vind het niet.

Vandaag rijden we weer op de highway 96, zo’n 80 kilometer. Johan helpt mee als locatiezoeker. De weg ligt er prachtig bij. Opvallend weinig roadkill ook (maandag stoofpotdag?). We zien prachtige vergezichten, eerst met opgaande zon en ochtendlicht en later ook met wuivend gras (het is weer gaan waaien). Op de prairie zien we graansilo’s, ja-knikkers, boerderijen en talloze koeien. We zien zelfs windmolens maar geen losstaand houten huisje. 

Ik suggereer nog de mogelijkheid van fotoshoppen maar daar zien we van af. Thuis maar weer de boeken lezen is het alternatief.

Morgen nog fietsen in Kansas, daarna zijn we in Colorado. Wie weet….

Onweer

Dit stukje schrijf ik bij de ingang van onze schuilplaats. Het is de toegang tot het zwembad die speciaal voor ons is open gelaten. We kunnen douchen, gebruik maken van de toiletten en schuilen.

We zijn in Tribune. Een dorp van 700 inwoners dat ligt aan highway 96 in Kansas. Het is een typisch voorbeeld van een plaats op de high plains in Kansas. Twee grote wegen die elkaar kruisen, een spoorlijn voor goederenvervoer en torenhoge graansilo’s. Vrachtwagens met veevoer, vee en olie rijden af en aan. We hebben de hele dag mooi weer en de voorspelling is een kleine kans op regen midden in de nacht. 

Omdat we de tijdzone ‘Mountain Time’ zijn gepasseerd zijn we vroeger dan verwacht in Tribune. Zodra we stilstaan merken we pas hoe warm het is. Eerst maar even zwemmen en dan de tent opzetten. Meestal doen we het andersom, want regel 1 is eerst je kamp klaar hebben. We relaxen tot het eind van de middag, zetten de tent op en staan op het punt om te gaan eten bij een locale diner.

De sheriff komt naar ons toe rijden en waarschuwt voor mogelijk onweer over twee uur. Zo gek kan het zijn op de prairie. Het weer is onvoorspelbaar. Dan maar snel wat hapklare brokken halen. Een meeneempizza en gefrituurde kipfilets zijn prima. Vlug terug naar de tent. Het onweer nadert. De sheriff is terug en sommeert alle sporters in het park om te stoppen en te vertrekken. Daarna komt hij weer naar ons en adviseert om de tent onder de shelter te zetten. Er wordt hagel verwacht en daar kan de tent slecht tegen.  Het is de eerste keer dat we een sheriff spreken die geen zonnebril op heeft. Eindelijk hebben we oogcontact met een diender. Het voelt behoorlijk intimiderend als ze hun zonnebril ophouden.

We slepen de tassen naar het zwembadgebouw. Zetten de tent onder de shelter en binden deze vast met waslijn aan de picknicktafel en de staanders van de shelter. 

Wij wachten af in de deuropening van het zwembad op 30 meter van de tent.

Mocht er een tornado komen, dan haalt de sheriff ons op en brengt ons naar de schuilkelder onder de rechtbank. Dat is prettig geregeld.

Half

Een raar idee. We zijn al enige tijd onderweg en opeens zijn we op de helft. Bijna alle helften vallen op dezelfde dag. Na 45 dagen onderweg, waarvan 43 op de Trans America Bicycle Trail kregen we vandaag de bevestiging dat we op de helft van de route zijn in Eads. We hebben ook nog precies 45 dagen te gaan.

Vandaag steken we ook de grens van Kansas over naar Colorado. Daarmee hebben we vijf van de tien staten op de route doorkruist.

Gisterenmiddag zijn we al de tijdgrens gepasseerd. We rijden nu in de Mountain Time Zone. Twee tijdzones verder hebben we nu al een verschil van 8 uur met thuis en we gaan nog twee zones door fietsen.

De fietsen houden zich uitstekend, maar hebben halverwege groot onderhoud nodig. Zodra we een fietsenwinkel vinden gaan we de ketting en remblokken verwisselen. Dat moet voldoende zijn om de tweede helft van de reis te volbrengen. We hebben gisterenavond de tweede lekke band gehad. Een keiharde doorn is het gelukt om door de anti-lek band heen te prikken. Ik heb vier reservebanden meegenomen, dus we kunnen nog twee lekke banden aan.

Is het glas half vol of half leeg?  Van aftellen is geen sprake. We tellen de tweede helft op bij de eerste helft, dan wordt het glas steeds voller.

High Plains

Vandaag rijden we nog steeds over de high plains. Dachten we dat Kansas uitgestrekt was, blijkt het hier in Colorado nog desolater te zijn. Kilometers lang tot aan de horizon alleen maar land en geen tekenen van enige bewoning. Je kunt je voorstellen dat de mensen vroeger dachten dat je van de aarde af kon vallen. Zelfs de silo’s en boerderijen ontbreken. Alleen de spoorlijn blijft ons vergezellen. De velden worden ook ruiger; geen mooie akkers of grasland meer.

We zien de eerste cactussen en stekelplanten. Goed oppassen ook waar we de fiets langs de weg parkeren; een lekke band heb je zo met die gemene stekels.

We hebben een prachtige blauwe lucht, ideaal voor mooie plaatjes. We zien reeën met hun jongen door het land lopen. Eveneens talloze prairie dogs staande bij de ingang van hun hol. Leuk gezicht!

Het heeft een schutkleur

Het is en blijft lastig om een foto van de dieren te maken. Eerst moet de fiets gestopt en aan de kant gezet worden (opletten voor stekelplanten en opkomend verkeer). Daarna het fototoestel gepakt en scherp gesteld. Inmiddels heeft de bewuste prairie dog of ree al lang in de gaten dat wij er staan en dat nog los van onze ‘high visability shirts’. Verder kunnen ze erg snel rennen of in hun hol schieten.

We rijden nog steeds over de 96, inmiddels gewijzigd in State Highway. We passeren het plaatsje Haswell (68 inwoners). Dit plaatsje is een voorbeeld van leegloop op het platteland.

Er is nog een klein winkeltje annex benzinepomp maar dat is het dan ook. De helft van de huizen zijn leeg en gedeeltelijk vervallen. Er lijkt nog iets van een klussenbedrijf/garage te zijn. Verder zal het dorp ook geen werkgelegenheid bieden en zijn mensen weggetrokken.

In Haswell staat overigens wel de kleinste gevangenis ooit van de VS; dat dan weer wel. Je moet goed zoeken want anders rij je er voorbij. Inmiddels is deze nor al lang niet meer in gebruik. Ook criminelen hebben Haswell verlaten.

We rijden verder naar Ordway, het einddoel van deze dag. 

Onderweg komt Yoni uit Boulder (Colorado) ons achterop fietsen. We zien hem ineens aankomen in onze spiegel. Jony fietst gigantische afstanden, zo’n 200 km dagelijks. Hij gaat vandaag naar Pueblo. Daarna volgt hij de Western Express richting San Francisco. Het moet gezegd; hij is de helft jonger dan wij en zijn fiets de helft lichter dan die van ons. Maar petje af voor deze jongeman! Na 100 km fietsen komen we in Ordway aan. Inmiddels is het aardig heet geworden. Als we zijn aangekomen vertelt de bazin van het hostel dat Ordway de plaats in Colorado is waar het zomers het heetst kan worden. 115 graden Fahrenheit ofwel 46 graden Celsius. Fietsers schijnen dan bij aankomst in de receptie wel eens flauw te vallen ten gevolge van de hitte en dorst. Gelukkig hebben wij daar geen last van en zijn na een heerlijke douche en cola met ijs weer top.

Overigens komt het einde van de plains in zicht. Bij het naderen van Ordway zien we in de verte de Rocky Mountains, met sneeuwtoppen, liggen.

Op weg naar Pueblo

Ordway ligt nog op een oor en wij stappen al op de fiets met de jas aan. Het is fris en het stinkt. Aan de oostkant van het dorp staat een koeienvetmesterij. De wind is oost en vanaf het bedrijf komt een penetrante geur over het dorp waaien. Het zal wel voor werkgelegenheid zorgen, maar dan krijg je de stank er gratis bij. De weg loopt veelal op en het landschap verandert niet veel.

De Santa Fe spoorlijn vergezelt ons nog steeds, soms links van ons en dan weer rechts. De telefoonpalen staan er verwaarloosd bij. We zien voor de tweede keer een trein langs komen op deze route. Het zal wel drukker worden als het oogsttijd is.

Ook rijden we langs twee gigantische gevangeniscomplexen. Hier noemen ze dat ‘Correctional Facility’.

Ontsnappen lijkt mij onmogelijk met twee rijen hekwerk om het complex, aangevuld met rollen prikkeldraad. Een flink open terrein eromheen en uitzicht vanaf verschillende wachttorens.

Het landschap wordt ruiger, af en toe zien we mini canyons. Het gras is vetachtig en ook nemen we de eerste bloeiende cactussen waar. In de verte worden de Rocky Mountains groter en groter. Ook de Arkansas River is terug van weggeweest. Het is dezelfde rivier waar we vorige week zoveel last van hebben gehad. Nu stroomt de rivier rustig door het landschap.

In Sugar City lunchen we in het parkje. Daar komen we Steven, Cor en Liesbeth weer tegen, met wie we gisterenavond kennis hebben gemaakt. Alle drie volgen ze ook de TransAm. Stephen is een Amerikaan en even ‘between jobs’. Cor en Liesbeth komen uit Nederland en hebben al een heel leven van lange afstandstochten achter de rug. Na de lunch vervolgt ieder in zijn eigen tempo de tocht. We zullen ze nog wel vaker tegen komen.

In Olney Spring heeft een van de bewoners een herdenkingspark voor veteranen ingericht. bijzonder om te zien dat de bommen namen krijgen als ‘Bagdadexpress’ of ‘Mr Lucky’.

Door de oostenwind schieten we lekker op. We komen dichter bij Pueblo, het verkeer wordt drukker en de highway 96 wordt vierbaans met een vluchtstrook. Het verkeer raast voorbij. Dit zijn we niet meer gewend. Gelukkig hebben we nog rumble strips tussen het verkeer en de brede vluchtstrook. 

Nog steeds op de 96 belanden we in downtown Pueblo. Sectie 7 van onze set kaarten eindigt precies voor een fietsenwinkel. Remblokken voor Magura hebben ze niet. Ik koop twee nieuwe kettingen en verander even later de motelkamer in een werkplaats. De Sram kettingen zijn makkelijk te verwisselen. Deze zijn hier een stuk goedkoper dan Shimano kettingen. Amerika First helpt dan wel. Al staat op het doosje Made in Portugal. Werk aan de winkel voor Donald!

Voorgebergte

Wat een verschil met gisteren. Was het landschap nog redelijk vlak tot we in Pueblo aankwamen, nu ziet het er aan de westkant van de stad totaal anders uit. Meer heuvels, die er droog en dor uitzien. Ook zijn er diepe canyons.

En we komen bijna voor de laatste keer de Arkansas River tegen. De weg golft richting de Rockies.

Opnieuw zien we een gevangenis en ook een aantal wietplantages. Cannabis is al enige tijd legaal in Colorado. Het lijkt een florerende business. Net als de gevangenis, staan er flinke hekken om de plantage en worden ze met zware doeken aan het oog onttrokken. In de meeste dorpen zien we ook winkeltjes die het spul verkopen.

Langs de weg zien we een fraaie roodstaartbuizerd.

Na dertig kilometer volgt een pittige klim naar Wetmore die we met z’n vijven voltooien. Ik noem deze bult Wetmore Hill. Net over de top slaan we eindelijk af naar Highway 67 en verlaten we Highway 96. We zitten dan op 1850 meter hoogte. Het is ongelooflijk maar we hebben 609 km op dezelfde weg gereden. Ergens halverwege Kansas lag deze op onze route en nu nemen we er afscheid van. Ondertussen zijn we via heel veel vals plat ook nog ruim 1300 meter gestegen.

Stephen, Cor, Liesbeth en Ariane

Na Wetmore Hill volgt een lange afdaling en valt de groep uit elkaar. Stephen daalt het snelst. Ariane en ik volgen op afstand.  We gaan over een lange rechte weg en komen weer dichter bij de Rockies. Wat een heerlijk gevoel geeft dat na de vele dagen op de vlaktes van Kansas en het oosten van Colorado. Cor en Liesbeth sluiten weer aan bij de lunch in Florence. Een naam om te onthouden, want onze tocht eindigt in Florence (Oregon).

We zijn in de aanloop naar het hooggebergte. Dus opnieuw klimmen. ‘Oh moeder, wat is het heet!’ Uiteindelijk komen we uit op 1930 meter. We zitten dan boven het niveau van de Mont Ventoux en zijn nog steeds omringd door bergen. We gaan naar Royal Gorge. Een florerende toeristenplaats waar veel rafting wordt aangeboden op de Arkansas River (ja, alweer die van de overstromingen). Ook is er een gigantische kloof met daarover een wandelbrug. Kost wat, maar dan mag je in een gondeltje, hangend aan een kabel weer terug. Ondertussen vliegen de helikopters af en aan, om toeristen van het landschap te laten genieten. Het is nog niet zo erg als bijvoorbeeld Volendam, maar als ze nog even volhouden komen ze een heel eind.

Currant Creek Pass

Wat een dag. Het grootste deel van de dag klimmen. Soms pittig, maar meestal  loopt het lekker. Het is koud. De lange broek gaat aan en over het bovenlichaam gaan diverse lagen. De handschoenen en muts blijven nog net in de tas. Het uitzicht is werkelijk fantastisch. We rijden nog door het voorgebergte en over een hoogvlakte richting de echte Rocky Mountains. In de verte zien we de besneeuwde bergtoppen. Hoe hoger we komen hoe kaler het landschap.

Ook zien we dieren die we nog niet eerder zijn tegen gekomen, zoals bizons en gaffelantilopen.

De weg baant zich tussen de bergen door. We gaan van 1950 naar ruim 2800 meter over de Currant Creek Pass. Ik wil deze berg claimen in het big-klassement. Tot nu toe heeft niemand dat gedaan. Daarom wil ik de berg goed documenteren.

Aan de horizon Currant Creek Pass

Als we op de top zijn ben ik zo druk bezig met het nemen van foto’s dat ik bijna een transammer mis die vanaf de andere kant komt. Wij hebben flink wind mee bij de beklimming van de pas. En dat betekent dat hij vanaf de andere kant met wind tegen de berg op moet komen. Volledig kapot en verkleumt stopt hij op de top.

Abdullah Zeinab met rondemiss

Het is Abdullah Zeinab uit Australië. Dat hij er uitgeput uitziet is niet zo gek. Het is de bedoeling dat, zonder hulp van buitenaf, de volledige route van de Transam zo snel mogelijk wordt afgelegd. Abdullah is de koploper van de Trans America Bike Race. Hij weigert dan ook alle hulp die we aanbieden. De race is vorige week zondag 2 juni begonnen en hij heeft nu al 1900 mijl afgelegd. Dat is gemiddeld 265 mijl (= 425 km) per dag. Hij ligt 240 mijl voor op nummer 2! Wat een klasbak! In 16 of 17 dagen is hij in Yorktown. Wij doen er drie maanden over!

Na de afdaling van Currant Creek Pass komen we aan in Hartsel. We slapen achter de Highline saloon.

De kroeg is hartverwarmend. In de ‘tuin’, waar we onze tent opzetten, is het een lichte chaos. Binnen is het warm, het eten goed en het bier nog beter. Colorado home made IPA beer volgens New Belgium tradition. Vannacht diep onder de wol. Het wordt maar twee graden. Brrr.

IJle lucht

Koninginnerit! We gaan naar de Hoosier Pass op 3509 meter. Het hoogste punt op de Trans America Bicycle Trail. We kleden ons goed aan, want het is maar drie graden boven nul! Het is 48 kilometer klimmen over een hoogteverschil van iets meer dan 800 meter. Hoe moeilijk kan het zijn? Vanwege de hoogte is het mooi dat we nog een nachtje hebben kunnen acclimatiseren. Direct vanaf het begin neem ik de kop. Het is allemaal vals plat richting Fairplay (de basis van de tv-serie South Park). Zo af en toe zien we een flink boerenbedrijf. Ik doe wat ideeën op voor onze oprit.

Als het even oploopt tot meer dan 3% willen de benen niet lekker meer rond. ‘Hoe kan dat nou? Drie procent stelt toch niks voor?’ vraag ik mij af. Ariane geniet ondertussen van de natuur. Bij een hellinkje van 5 procent moet ik haar laten gaan. Na een korte pauze in Fairplay gaan we door naar Alma. Er ligt zowaar een (slecht begaanbaar) fietspad naast de drukke weg. Elke keer loopt Ariane weer uit. Wat ik ook probeer, het gat komt niet dicht. ‘Gisteravond te veel bier gehad? Of ligt het aan het ontbijt van gebakken eieren, gebakken spek, saucijsjes, een plak ham, 2 stukken toast, een schep hashbrown potatoes en de nodige koffie inclusief refills?’ Het is in ieder geval slecht voor de moraal. Als coach van Ariane roep ik bergop altijd ‘eigen tempo rijden!’ Dat doet ze keurig. Als ik probeer bij te blijven beginnen mijn benen te tintelen en moet ik mijn les van ‘eigen tempo’ toepassen.

Het moet wel aan de ijle lucht liggen. Tot nu toe is mijn hoogste berg de Mont Ventoux geweest en die komt niet boven de 2000 meter. Dit is andere koek. De ijle lucht slaat toe is mijn conclusie. Voor Ariane lijkt de ijle lucht juist minder weerstand op te leveren. Dat verhaal hoor ik ook altijd bij schaatsers als er een lage luchtdruk is. Mogelijk heeft ze al voor mij rijdend ook het laatste beetje zuurstof uit de resterende lucht verbruikt, zodat er voor mij niets over blijft. Ik prakkeseer wat af bergop. Zes kilometer voor de top houdt bij Alma het fietspad op. De weg wordt steiler.

Samen met al het overige verkeer kruipen we richting de pas. De uitlaatgassen vermengen zich met het laatste restanten lucht. Ondertussen is het oppassen om niet van de weg te worden afgedrukt.

Is het leuk vraag ik mij af. Ja, het is fantastisch. Het uitzicht is prachtig, de zon schijnt en dat Ariane eerder boven is dan ik maakt niet uit. We maken weer prachtige foto’s en we hebben een heerlijke afdaling voor de boeg. Ook hier weer is het oppassen voor inhalende auto’s

Boven op de top doe ik nog aan wat zelfreflectie. Naast de ijle lucht heeft de zwaartekracht ook invloed op het klimvermogen. Het ligt dus aan Amerikaanse hamburgers, ander fastfood en cola.

« Oudere berichten

© 2020 Trap voor trap

Thema gemaakt door Anders NorenBoven ↑