Fietsen voorbij de horizon

Maand: juni 2019 (Pagina 2 van 3)

Skigebied

We zijn wat later dan anders wanneer we op pad gaan. We hebben vannacht geslapen in een B&B in Breckenridge. Vanaf 8 uur is het ontbijt en dat willen we niet missen. Fireside Inn, zo heet het B&B. De eigenaars zijn Engels. Ze hebben er een erg mooi hostel van weten te maken. Alles ademt een Britse sfeer en het is prima voor elkaar. Tot Johans vreugde is de WiFi supersnel en heeft hij gisteren het probleem met onze website weten op te lossen met behulp van een Windows computer in de B&B. En als bonus heeft de eigenaresse al onze kleding gewassen en gedroogd! Dan heb je goed begrepen waar fietsers blij van kunnen worden…

Het ontbijt is heerlijk en we zitten gezellig te praten met de andere gasten; een Amerikaans echtpaar en drie Zweden. De Zweden zijn aan het acclimatiseren en trainen voor de Leadville Trial Marathon zaterdag a.s. Wij moeten er niet aan denken om zo ver te moeten rennen op deze hoogte. Er zal worden gelopen op een hoogte tussen de 3000 en 4000 meter over onverharde paden!

Het is 9 uur geweest wanneer we eindelijk op pad gaan. Breckenridge is een fancy plaats en volop ingesteld op toeristen. Het ziet er leuk uit en voor ons ongekend netjes. Nergens oude wasmachines, koelkasten en andere troep te zien in de tuinen. Breckenridge was voorheen een mijnwerkersstadje en werd later een populaire wintersportplaats. Er wordt hard gewerkt aan nieuw accommodaties.

Het winterseizoen is hier lang, gisteren zijn pas de skigebieden gesloten.  Volgens de eigenares van het B&B zijn er slechts 28 vorstvrije dagen per jaar. Tegenwoordig is er voldoende om de toeristen ook zomers te lokken. Erg populair bij jongeren is het mountainbiken. Je ziet ze overal op (elektrische) mountainbikes.

Voor de ‘senioren’ zijn er veel wandelpaden. Goed bewegwijzerd allemaal en regelmatig voorzien van (keurige) openbare toiletten. Daar kunnen we in NL nog een voorbeeld aan nemen.

Blijkbaar is er ook dusdanig veel toeristenbelasting binnen gekomen dat er een prachtig fietspad is aangelegd tussen Breckenbridge en Silverthorne.

Dat is de richting waar wij naar toe moeten. Het is genieten op dit mooie pad, omgeven door de besneeuwde bergtoppen, naaldbomen en de snelstromende rivier. De natuur is laat. De wilgenkatjes beginnen te bloeien en struiken zijn nog niet in blad.

Na 35 kilometer fietspad moeten we weer verder op de vluchtstrook van de  highway 9 rijden richting Kremmling, onze eindbestemming van vandaag. Onderweg komen we welgeteld acht TransAm racers tegen. Deze zijn al twee dagen achter op de nummer 1. 

Het valt ons op dat er totaal geen ruchtbaarheid aan deze race wordt gegeven. Geen bord of spandoek langs de weg. We zien zelfs geen volgauto’s. Deze gasten rijden volledig onopvallend zich het schompes. Ze kijken blij verrast wanneer wij ze toejuichen en aanmoedigen. Wat een verschil met een etappe van de Tour de France!!

In Kremmling staan we tussen de grote motorhomes op een klein grasveldje. Daar ontmoeten we John en Josh, die ook hun fiets net hebben geparkeerd.

John

John komt uit Arizona, is met pensioen en een zeer ervaren langeafstandsfietser. Hij is begonnen aan de Great Divide mountainbiketocht. Josh komt uit North Carolina en is net afgestudeerd als fysiotherapeut. Voordat hij met zijn baan begint, wil hij de de TransAm gefietst hebben. Hij is een zogenaamde Eastbounder ofwel reist richting het oosten.

Josh

Nadat de zon onder is gegaan koelt het weer snel af. Het wordt vannacht weer net boven het vriespunt. Brrrrr……

River & creek

De route is niet moeilijk. Volg de Colorado River. Waar de Willow Creek in de Colorado River stroomt sla je links af en dan rechtdoor naar Walden. Zowel de River als de Creek stromen tegengesteld aan onze route. Klimmen dus! Niet zoveel, meestal vals plat en af een toe wat steiler. Het duurt alleen 75 kilometer voor we op de top van Willow Creek Pass zijn. 

Ondertussen biedt de natuur zoveel onverwacht mooie uitzichten. We rijden door het stroomgebied van de Colorado rivier. Een groene vallei met op de achtergrond de bergen en een spoorweg. Wanneer het landschap versmalt rijden we door de schitterende Bryer Canyon, waar de Colorado River, de weg en de spoorbaan precies tussen passen.

We komen nog een plaatsje tegen op de route waar we boodschappen kunnen doen. Het heeft de mooie naam Hot Sulphur Springs. Er is een klein winkeltje en het brood is uitverkocht. Dan maar tortilla-flappen. Daar kan je ook jam, pindakaas of honing op smeren. 

We slaan bij de driesprong Windy Gap af naar highway 125. Op naar Willow Creek Pass. We volgen de Willow Creek. Een snelstromende rivier die af en toe ook meerdere routes kiest in de vallei.

Langs de hele route staan dode dennenbomen op de hellingen. Een schadelijke boomtor is hiervan de oorzaak. Gelukkig groeien jonge bomen tussen het dode hout.  

Opeens zien we een eland. Hij staat bij de oprit van een ranch. Ariane moet hem even aaien. Een half uur later zien we zijn familie. Die zijn echt. Mijnheer kijkt ons aan met een blik van ‘wat mot je?’ Mevrouw verschuilt zich in het hoge gras. Deze twee laten we met rust. 

Eindelijk zijn we boven. We kunnen weer een top afvinken. We zitten toch weer bijna op 3000 meter, maar van ijle lucht hebben we geen last meer. Tot Walden is het min of meer 50 kilometer recht door afdalen.

Nu zijn we in het stroomgebied van de Illinois River. Dat krijg je als je voor de tweede keer de Great Divide passeert. Daar komt geen rivier over heen.

We zien weer regelmatig Transammers. Deze zitten niet meer zo gestroomlijnd op de fiets als hun voorgangers. En sommigen nemen het er goed van. Ze vullen zich met chips en soda en kunnen er weer honderd kilometer tegen aan! Zij mogen nog beginnen aan de klim van de Willow Creek Pass, maar dan in het donker!

Hot Springs

We beginnen met het eind van de dag. We slapen in het bijgebouw van een kerk in Saratoga. Na een omstandige uitleg van de dominee krijgen we te horen dat we geen gebruik kunnen maken van de douche. Is ook logisch want er ligt hoogpolige vloerbedekking op de grond van de badkamer. Er is wel een alternatief. Als we vijf blokken willen lopen kunnen we bij de Hot Springs van Saratoga douchen.
We lopen er naar toe en vinden een oud natuurlijk bronbad. Toegang gratis en 24 uur per dag open. De temperatuur in het bad is, afhankelijk waar je je in het water begeeft, tussen de 40 en 46,6 ºC. Wat willen een paar verzuurde benen nog meer? Dit is een zegen voor elke Transammer. Als een gekookt varken komen we weer boven water. Dat heeft de kerk goed geregeld.

Hoe komen de benen zo verzuurd? We beginnen te fietsen met een temperatuur net boven het vriespunt. We rijden nog even in Colorado en genieten van het stroomgebied van de North Platte River. We zijn ook al de Michigan River en de Canadian River overgestoken. We zijn soms het overzicht kwijt om welke rivier het gaat. In de verte liggen aan beide kanten van de vallei de besneeuwde bergtoppen.

Als we een pas voorbij Cowdrey over fietsen, zijn we ineens de besneeuwde bergtoppen kwijt. Het landschap wordt kaler en we bereiken de grens met Wyoming. Er staat een bord langs de kant van de weg en verder is er niks.

Een lange rechte weg voert ons door een verlaten landschap. De weg is slecht. Om de vijf meter stuiteren we door een scheur. Dat zien we vaak bij de grensgebieden van de staten. Daar zijn de wegen altijd slechter dan in de bevolkte gebieden. Doorgaans is er weinig verkeer op de weg. We zien af een toe een antilope.

Vandaag hebben nog nooit zoveel fietsers gezien. Af een toe een enkele racer, maar vooral mensen die net als ons in een wandeltempo de hele route afleggen. We zien Allan een Amerikaan die van Miami naar Seattle fiets, twee jonge meiden Marnie en MJ die een deel van de Transam doen. We komen John uit Seattle tegen die naar de oostkust rijdt. En we zien onze oude bekenden Cor, Liesbeth en Stephen weer terug. Allemaal komen we moe in Riverside aan na bijna de hele dag tegen de wind in te hebben gereden. In Riverside moeten we haast maken. Donkere wolken pakken samen boven ons. We beslissen om door te rijden. Volgens de kaart zou de weg de komende dertig kilometer licht aflopen naar Saratoga. Dat blijkt in totaal wel te kloppen, maar uiteindelijk moeten we nog 100 hoogtemeters overwinnen om 200 meter lager uit te komen. Gelukkig maakt de weg een scherpe bocht waardoor we de wind mee krijgen. Volle bak racen we naar Saratoga. Marnie en MJ volgen ons op een paar 100 meter. Halverwege hebben we pech. De bui krijgt ons toch te pakken.

Het klaart al snel weer op en een tweede bui komt achter ons aan. Die kunnen we voor blijven. Als we Saratoga binnen rijden is de energie wel op. Dan is een heerlijk natuurlijk bronnenbad meer dan welkom.

Privé interstate

We worden wakker met een verrassing. Onze fietsen staan achter de kerk en zijn de hele nacht bewaakt door een ‘buck’. Zo noemt MJ deze beesten. Marnie en MJ logeren ook in de kerk.

Wyoming is dun bevolkt. Er wonen nog geen 600.000 mensen en het is zes keer zo groot als Nederland. We verlaten Saratoga op weg naar Walcott. Het is ongeveer dertig kilometer rijden en we zien geen huis staan.

We zien langs de weg kilometers lang hekken staan. We denken dat deze zijn bedoeld om bij sneeuwstormen de weg niet direct onder te laten sneeuwen. Er is geen mens te bekennen die het ons kan vertellen. In het uitgestrekte landschap komen we veel antilopen tegen.

Walcott is een gat met 32 inwoners en ligt op de kruising met Interstate 80. De belangrijkste activiteit in Walcott is een benzinestation met een klein winkeltje. Het is niet het meest aantrekkelijke dorp om te wonen.

In dun bevolkte gebieden zijn weinig wegen. We willen naar Rawlins. De enige manier om daar te komen is 20 km over vluchtstrook van de Interstate 80 rijden. In veel staten is dat verboden, maar Wyoming maakt een uitzondering.

We rijden nog maar net op de snelweg of onze rijrichting is afgezet. Al het verkeer moet over de linker rijbaan rijden. We zien geen werkzaamheden, dus rijden we langs de afzetting en hebben de hele snelweg voor ons alleen.

Drie hellingen verder zien we in het dal de werkzaamheden bij een brug over de North Platte River. We lopen langs de werkzaamheden. Glimlachend en vriendelijk zwaaiend denken we er wel langs te komen.

Een opzichter komt naar ons toe rijden. Hij heeft geen begrip voor onze situatie. We moeten op de versmalde rijbanen aan de linker kant met het verkeer meerijden. Het is ten strengste verboden om ons op de bouwplaats te begeven.
Meerijden in dezelfde richting met het verkeer op de andere weghelft is te gevaarlijk. Bij de brug over de rivier is zelfs geen vluchtstrook meer. Dan maar weer terug. We zien een parallel weggetje en tillen de fietsen over het hek langs de Interstate. Zo omzeilen we de wegwerkzaamheden.

We kunnen daarna onze weg weer vervolgen over de snelweg. Toevallig komen we ter hoogte van Fort Steele een rest area tegen en dat is maar goed ook. Recht voor ons doemt een flink onweer op.

We schuilen een paar uur en kunnen eindelijk naar Rawlins. Dat halen we niet. Als we bij afslag 221 de I-80 verlaten is het volgende onweer in aantocht.

We schuilen in het restaurant van benzinestation Sinclair, wat ligt op het terrein van I-80 Travel Plaza & Restaurant. Naast deze gelegenheid ligt de raffinaderij van de firma Sinclair. We weten niet wat er als eerste was, de naam van de plaats of de naam van de oliemaatschappij. We worden allerhartelijkst ontvangen door de serveerster die ons onderweg al heeft zien rijden en blij is dat we veilig zijn aangekomen. De serveerster is een hartelijke gastvrouw in bijzondere cowboy-outfit, stoere laarzen en de Amerikaanse vlag op de rug van haar jas. We mogen zo lang blijven schuilen als we willen. Omdat we toch moeten wachten nuttigen we een late lunch c.q. vroeg diner, wat we afsluiten met een door de serveerster zelfgemaakte blueberry-pie. Wanneer het om zes uur bijna droog is gaan we op pad voor de laatste tien kilometer naar Rawlins. De serveerster krijgt een flinke tip. Die heeft ze wel verdiend. We zijn nog geen kilometer op pad of een roestige hippe Jeep komt naast ons rijden met het raam omlaag. Het is de serveerster. Ze zwaait met mijn brillenkoker, waar mijn zonnebril op sterkte in zit. Die heb ik op de tafel laten liggen. Met de nodige handkussen neemt ze afscheid. Ik weet haar naam niet, maar ik ben haar innig dankbaar.

Fietsen voorbij de horizon

Het motto van onze website is ‘Fietsen voorbij de horizon’. Wanneer we de Continental Divide oversteken op een hoogte van 2200 meter, ergens tussen Rawlins en Muddy Gap, zien we het ineens. Dit is wat we er mee bedoelen. We overzien een stukje van onze aardbol en fietsen naar het onbekende einde van deze weg. Wat er achter komt weten we niet, maar het zal ongetwijfeld nieuwe ontmoetingen, prachtige momenten en bijzondere avonturen opleveren.

Community church

We overnachten regelmatig in een kerk. Daar zijn we al zo aan gewend dat we het bijna vanzelfsprekend vinden. Er zijn uitzonderingen. Deze staat in Jeffrey City, een gehucht in het lege Wyoming. Vroeger was het een welvarend dorp vanwege de uraniummijnbouw. Duizenden arbeiders verdienden hier de kost. Er waren vier restaurants, een school en diverse motels. In 1980 werd de mijn gesloten. Nu wonen er nog 58 mensen. Er staat een krakkemikkige benzinepomp, een slonzig motel en een vaag cafe-restaurant.

Daarachter wat vervallen huizen, waar onze reisgenoten MJ en Marnie zich niet happy bij voelen. Ze sliepen vorige nacht in het Hilton Hotel en dit is iets anders. Overwegen om door te rijden heeft geen zin. De eerstvolgende plaats om te overnachten ligt 90 kilometer verderop. Amerika kent vele kerken, baptisten, methodisten, presberitanen, mormonen en wat al niet meer. Dit is gewoon een community kerk. Is wel zo handig met 58 zielen. Als er ook nog verschillende geloven worden beleden in dit dorp kunnen ze wel een dienst in een huiskamer organiseren.

De kerk staat buiten het dorp en elke derde zondag van de maand is er een dienst. Via een zandweggetje komen we bij het gebouw. Ondertussen wel opletten dat je niet in de buurt van een ratelslang komt. Die schijnen hier volop aanwezig te zijn. De achterdeur is los en we kunnen naar binnen.

Niks geen kerk, maar een oude sporthal, met volop teksten van vorige fietsers op de muur. Er is een keuken en badkamer met warme douche! Er zijn diverse kamers waar al opblaasmatrassen op de grond liggen. Voor in het gebouw bevindt zich de kerk. MJ en Marnie kijken elkaar aan en zijn blij dat wij hier willen blijven. Voor geen goud is dit hun idee van overnachten.

Even later arriveren AJ en Jenny. Hij is expert in softwarebeveiliging en zij anesthesieverpleegkundige. Zij zijn zogenaamde eastbounders, omdat zij van het westen naar het oosten fietsen.

Zij zijn ‘between two jobs’ en leren op deze manier hun eigen land beter kennen. Ook zij vallen tijdens hun reis van de ene verbazing in de andere en zijn van mening dat het land beter kan worden opgedeeld in meerdere delen. Zo verschillend is de bevolking en ook hun maatschappelijke opvattingen en behoeftes.

We eten in het vage Split Rock Cafe. De serveerster is van een uitzonderlijke geestelijke afwezigheid en geeft bij voorbaat aan dat ze erg moe is. Dat is te merken, want in tegenstelling tot wat gebruikelijk is, moeten we hier net zo lang op ons eten wachten als in een Nederlands restaurant.

We wandelen terug naar de kerk en spelen met z’n zessen een spelletje kaart. Uiteraard plaatsen we onze naam op de muur. 

Lander

Onze bestemming is Lander, een stadje met zo’n 6000 zielen. Het ligt als een oase in de Wyoming ‘woestijn’. De omgeving ziet er dan wel groen uit maar het is voornamelijk zand waar een soort gras op groeit, doorspekt met vetachtige planten en struiken. 

Naar Lander toe volgen we nog steeds de ‘Chief Washakie Trail’. We zijn hier in het gebied met Indianen reservaten. Gedeeltelijk met deze trail loopt eveneens de ‘Wyoming Historical Mine Trail’. Zo’n 30 jaar geleden waren hier nog goed producerende kolen- en uranium mijnen. Toen die niet rendabel meer waren zijn ze gesloten. Daarmee eindigde ook de werkgelegenheid, met een leegloop van dorpen tot gevolg. De dorpen die we de laatste dagen hebben gezien zijn grotendeels vervallen en bijna niet meer bewoond. Van Trumps belofte om de mijnen weer te openen is in deze streek in ieder geval nog niets terecht gekomen.

De weg naar Lander voert ons weer door een soort maanlandschap, prachtig in al zijn uitgestrektheid. We klimmen na Sweetwater Station (helaas ook bijna uitgestorven) naar de Beaver Divide. Boven op de top een fantastisch uitzicht over rode rotspartijen en in de verte besneeuwde bergtoppen van het Teton gebergte.

Als bonus steken er vlak voor onze ogen drie ‘red deers’ (edelherten) over de weg. Een vierde volgt later. Deze kan Johan nog vangen met zijn fototoestel. Een auto schiet er rakelings langs. Voor zowel auto als hert mazzel, beiden zouden aardig in de kreukels liggen na een botsing.

Minder plezierig is de aanval van muggen wanneer wij stilstaan; ze prikken echt overal doorheen. De laatste muggenspray doet zijn best, maar rug- en bilpartijen zitten onder de bulten.

Na de top van de Beaver Divide volgt een afdaling. Meestal is dat het fijnste moment van de dag maar zo niet vandaag. De weg, en met name de vluchtstrook, is erg slecht. Scheuren zijn opgevuld met een soort rubber waar je wat in wegzakt. Dit geeft het gevoel om in zachte tramrails terecht te komen. Grotendeels remmend en slalommend gaan we richting het dal. In plaats van laagvliegen tuttelen we acht kilometer naar beneden. Al voor Lander zien we weer meer huizen en zelfs enige bedrijven om ons heen; je kunt zien dat we een grotere plaats naderen. Wat Lander nu zo aantrekkelijk maakt dat zullen we morgen gaan bekijken. We nemen hier een rustdag. Mooi op tijd zijn we op de camping. Net ons kamp gemaakt breekt het onweer los. We schuilen onder een shelter. Op zich staan we daar droog maar flinke hagelstenen worden er onderdoor geblazen. De tent staat in het open veld. Gelukkig gaat de hagel niet door het tentdoek heen en blijft alles droog en heel.

Van slag

Een dagje niet fietsen is een heerlijk vooruitzicht. ‘s Ochtends uitslapen missen we al enkele weken. Het uitslapen lukt wel aardig, we zijn een half uur later wakker dan normaal. Na het ontbijt checken we de media, voor zover mogelijk. De WiFi laat ons regelmatig in de steek. Gelukkig heb ik contact met Koen in ons thuisland. Hij heeft de bug in onze site kunnen verhelpen. Daarna zijn we al snel onrustig. We zijn van slag. Onze dagelijks routine van opstaan, inpakken, ontbijten en daarna fietsen ontbreekt. De weerberichten helpen ook al niet. Er wordt vanaf 11 uur regen en onweer verwacht. De campingbeheerder zegt dat er de rest van de dag  ‘nasty’ weer aan komt. We pakken onze routine daarom weer op. We breken de tent af, pakken alle spullen in en klimmen op de fiets. Dat voelt weer goed. Na 900 meter zijn we weer uitgefietst. We bereiken het motel, waar we lekker droog en warm van onze rustdag kunnen genieten. Met een goede WiFi kunnen we de site weer bijwerken en hebben we nog tijd over om het Fremont County Pioneer Museum te bezoeken. Wij hebben ook een beetje een pioniersgevoel op deze tocht en rijden daarom van oost naar west.

Dit gebied was echt het wilde westen, waar figuren als Butch Cassidy en de Sundance Kid leefden. We zien de voorganger van de hedendaagse RV, een zogenaamde Sheep Wagon. Deze werd als mobiel verblijf gebruikt door de schaapherders. En er is aandacht voor de inheemse volkeren.

We slaan alvast voorraden in voor morgen. Het wordt een lange dag met veel klimmen.  Dat wordt geen tweede dag uitslapen.

Indianen en cowboys

We fietsen door het Wind River Indian Reservation. Hier leven de Arapaho en Shoshone Indianen. Zodra we de grens van het reservaat oversteken zien we het eerste casino. Even later komen Fort Washakie waar een trading post is. Hier kunnen we boodschappen doen. Ook zijn er veel indiaanse souveniers, die we niet mee kunnen nemen.

Het gaat de hele weg licht berg op. Dat is wel te doen. Rond koffietijd steekt een harde noordwesten wind op. Dat is precies de richting die wij op gaan. Deze gaat niet meer liggen tot we in Dubois zijn. Het maakt de lange rit zwaar. Het waait hier vaak heel hard. In de winter is dit gunstig voor Longhorn Sheeps. Doordat de sneeuw wordt weggeblazen kunnen zij toch voldoende gras eten. We worden onderweg gewaarschuwd voor schapen op de weg. Zoals bij zoveel waarschuwingen komt deze ook niet uit.

Halverwege zien we voor het eerst cowboys! Zij begeleiden, samen met hun honden, een kudde runderen naar nieuwe weidegebieden.

We spreken de voorste ruiter. Hij is meer geïnteresseerd in onze fietstocht en vind 75 mijl op een dag wel heel erg veel. Zelf legt hij met de kudde 20 mijl af. Dat vinden wij veel.  

We zien weer prachtige natuur. De berg Crawheart Butte steekt uit boven de andere bergen. Hier is door verschillende indianenstammen in het verleden hard om gevochten.

De bergen kleuren rood op en in het avondlicht zien we de gelaagdheid van de bergen prachtig opkleuren.

Eind van de dag komen we aan bij St. Thomas Episcopal Church. Er is geen douche. Wassen kunnen we bij de plaatselijke wasserette aan de andere kant van het dorp. Morgen mogen we weer bergop en de wind neemt niet af.

We gaan richting Yellowstone Park. Van eastbounders horen we dat er geen telecom- en internetverbindingen zijn. Komende berichten zijn waarschijnlijk wat later.

Togwotee Pass

Dubois is het startpunt van een nog niet bedwongen Big. Togwotee Pass staat op het programma. De pas is 2915 meter hoog en we hoeven maar 48 kilometer te klimmen voordat de pas is bereikt. Dat maakt het stijgingspercentage beperkt. We verblijven met vijf fietsers in de kerk en staan extra vroeg op. Zo kunnen we de eerste uren nog wat voordeel hebben van de matige westen wind. Cor en Liesbeth gaan dezelfde kant op als wij. Een Nieuw-Zeelandse fietster gaat naar Dubois en wacht juist wat langer tot de wind wat harder gaat waaien.

We zijn nog maar net het dorp uit of op een grote display worden we gewaarschuwd voor beren op de weg. Het advies is om ze niet te benaderen en in je voertuig te blijven…

Wij zien geen beren op de weg en fietsen gestaag door langs de Wind River, die steeds smaller wordt naarmate we de top van de pas bereiken. Eerst rijden we door het Shoshone National Forest. Bij de toegang tot het bos ontmoeten we Theo. Hij is Zuid-Afrikaan en rijdt de Great Divide Mountain Trail solo. Hij is gestart in Calgary en gaat door tot de Mexicaanse grens. Zuid-Afrika kent geen lange afstandsroutes, zoals in Amerika. Dat is momenteel nog te gevaarlijk. Het is een ervaren mountainbiker die al een aantal keren de Cape Epic heeft gereden. Toch heeft hij moeite om zijn gewicht op pijl te houden en vraagt ons om wat tips. Fastfood en cola is ons devies.

Het ene bos gaat over in het andere bos en we komen in Bridger Teton National Forest. Ook nu zien we, net als in Colorado, op de flanken van de bergen weer veel dode dennenbomen.

We merken dat we dichter bij de nationale parken komen. De weinige restauratieve voorzieningen langs de weg hebben de prijzen voor het eten flink opgeschroefd.

De wind is minder heftig dan verwacht, maar als we hoger komen wordt het wel kouder. Ondanks dat doen we nog geen extra kleding aan. We kunnen zo de warmte goed kwijt. Langs de kant van de weg zien we resten sneeuw liggen. 

Nog steeds zijn er waarschuwingen voor overstromingen van de Wind River als gevolg van het vele smeltwater wat van de bergen af komt. Dat blijkt reuze mee te vallen, al staat het water wel hoog in de rivier.

Boven op de top is het een kale boel. Eigenlijk zijn er twee toppen. Een voor de Togwotee Pass en vijfhonderd meter verder de top voor de Continental Divide. Er zit een klein dalletje tussen, maar in hoogte verschillen ze twee meter.

Daarna mogen we afdalen richting het Teton gebergte. Eerst kleden we ons warm aan. De wind aan de andere kant van de berg is koud en veel heftiger dan bij de klim.

Ondanks een daling van 6 % halen we vaak nog geen eens de dertig kilometer per uur door de tegenwind. Het uitzicht tijdens de afdaling is adembenemend.

Eerst liggen er nog grote partijen sneeuw en in de verte zien we het Teton gebergte liggen. Majestueus steken deze gigantische bergen boven de horizon uit. Morgen hopen we ze van dichtbij te zien.

Aan het eind van de afdaling ligt de camping langs de Buffalo River. Grounddogs scharrelen al snel rond onze tassen om te kijken of er nog wat eetbaars is. Na de waarschuwingen op de weg krijgen we nieuwe waarschuwingen. We moeten vannacht onze spullen veilig opbergen in het toiletgebouw. De camping ligt in bear county en daar houden ze niet van risico’s.

« Oudere berichten Nieuwere berichten »

© 2020 Trap voor trap

Thema gemaakt door Anders NorenBoven ↑