We worden wakker met een verrassing. Onze fietsen staan achter de kerk en zijn de hele nacht bewaakt door een ‘buck’. Zo noemt MJ deze beesten. Marnie en MJ logeren ook in de kerk.

Wyoming is dun bevolkt. Er wonen nog geen 600.000 mensen en het is zes keer zo groot als Nederland. We verlaten Saratoga op weg naar Walcott. Het is ongeveer dertig kilometer rijden en we zien geen huis staan.

We zien langs de weg kilometers lang hekken staan. We denken dat deze zijn bedoeld om bij sneeuwstormen de weg niet direct onder te laten sneeuwen. Er is geen mens te bekennen die het ons kan vertellen. In het uitgestrekte landschap komen we veel antilopen tegen.

Walcott is een gat met 32 inwoners en ligt op de kruising met Interstate 80. De belangrijkste activiteit in Walcott is een benzinestation met een klein winkeltje. Het is niet het meest aantrekkelijke dorp om te wonen.

In dun bevolkte gebieden zijn weinig wegen. We willen naar Rawlins. De enige manier om daar te komen is 20 km over vluchtstrook van de Interstate 80 rijden. In veel staten is dat verboden, maar Wyoming maakt een uitzondering.

We rijden nog maar net op de snelweg of onze rijrichting is afgezet. Al het verkeer moet over de linker rijbaan rijden. We zien geen werkzaamheden, dus rijden we langs de afzetting en hebben de hele snelweg voor ons alleen.

Drie hellingen verder zien we in het dal de werkzaamheden bij een brug over de North Platte River. We lopen langs de werkzaamheden. Glimlachend en vriendelijk zwaaiend denken we er wel langs te komen.

Een opzichter komt naar ons toe rijden. Hij heeft geen begrip voor onze situatie. We moeten op de versmalde rijbanen aan de linker kant met het verkeer meerijden. Het is ten strengste verboden om ons op de bouwplaats te begeven.
Meerijden in dezelfde richting met het verkeer op de andere weghelft is te gevaarlijk. Bij de brug over de rivier is zelfs geen vluchtstrook meer. Dan maar weer terug. We zien een parallel weggetje en tillen de fietsen over het hek langs de Interstate. Zo omzeilen we de wegwerkzaamheden.

We kunnen daarna onze weg weer vervolgen over de snelweg. Toevallig komen we ter hoogte van Fort Steele een rest area tegen en dat is maar goed ook. Recht voor ons doemt een flink onweer op.

We schuilen een paar uur en kunnen eindelijk naar Rawlins. Dat halen we niet. Als we bij afslag 221 de I-80 verlaten is het volgende onweer in aantocht.

We schuilen in het restaurant van benzinestation Sinclair, wat ligt op het terrein van I-80 Travel Plaza & Restaurant. Naast deze gelegenheid ligt de raffinaderij van de firma Sinclair. We weten niet wat er als eerste was, de naam van de plaats of de naam van de oliemaatschappij. We worden allerhartelijkst ontvangen door de serveerster die ons onderweg al heeft zien rijden en blij is dat we veilig zijn aangekomen. De serveerster is een hartelijke gastvrouw in bijzondere cowboy-outfit, stoere laarzen en de Amerikaanse vlag op de rug van haar jas. We mogen zo lang blijven schuilen als we willen. Omdat we toch moeten wachten nuttigen we een late lunch c.q. vroeg diner, wat we afsluiten met een door de serveerster zelfgemaakte blueberry-pie. Wanneer het om zes uur bijna droog is gaan we op pad voor de laatste tien kilometer naar Rawlins. De serveerster krijgt een flinke tip. Die heeft ze wel verdiend. We zijn nog geen kilometer op pad of een roestige hippe Jeep komt naast ons rijden met het raam omlaag. Het is de serveerster. Ze zwaait met mijn brillenkoker, waar mijn zonnebril op sterkte in zit. Die heb ik op de tafel laten liggen. Met de nodige handkussen neemt ze afscheid. Ik weet haar naam niet, maar ik ben haar innig dankbaar.